vlucht_van_2_putse_vrienden_vooraf - D-daygids | Bezoek Normandische D-Day stranden en Vlaamse Westhoek met ervaren gids

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

.
"De bewogen vlucht van 2 Putse vrienden"
Het verhaal van Nare en Ware
door Eddy Liekens

Vooraf
Om het verhaal van Nare en Ware zo juist mogelijk in de tijd te plaatsen, wil ik graag beschrijven hoe -aan het begin van de Tweede Wereldoorlog- de Belgische verdedigingswerken een grote rol speelden voor de vluchtelingen.

WOII begon op 1 september 1939 als Duitsland bij verrassing Polen binnenviel. Het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, die een bondgenootschap hadden met Polen, verklaarden als gevolg hiervan op 3 september de oorlog aan Duitsland. De aanzet van de tweede wereldbrand was nu een feit.
De aanval van de Duitsers werd het gespreksonderwerp onder de bevolking. De grote vraag was niet of de Duitsers zouden komen, maar wel, wanneer ze gingen komen?


Duitse troepen bij de Poolse grens, 1939.( foto: Bundesarchiv)

Ook onze ministers werden ongerust en samen met de legerleiding werden ingrijpende en zeer kostelijke voorbereidingen getroffen.
In België kwam de verdediging in een stroomversnelling en de al langer bestaande plannen om forten te versterken, bunkers te bouwen en een anti tankhindernis op te richten, werden gestart en/of verder afgewerkt.
De KW-linie werd opgebouwd. Ze bestond uit communicatie-, commando-, en gevechtsbunkers met machinegeweren, anti-tankgrachten, railvelden en een anti-tankmuur.
Deze hindernis vormde één lijn tussen Koningshooikt en Wavre (Waals Brabant). Ter hoogte van Peulis liep deze linie van noord naar zuid, komende van de Hoogstraat, de ankerpaal staat nog nabij nr. 79, via de Kruisstraat en Groenstraat. Ze liep verder over de Mechelbaan, de 2 ankerpalen bestaan nog, en vervolgens over de Teintstraat naar de Weynesbaan. Ze verliet Peulis nabij het Weyneshof richting Plasstraat waar ook nog steeds 2 ankerpalen staan. Deze anti-tankmuur bestond uit stalen elementen van elk 3 meter lengte en 2.40 meter hoogte, met een gewicht van 1300 kg per stuk. Het waren hekwerken die op ijzeren wielrollen stonden en verbonden waren door middel van stevige stalen pinnen en kabels. Het was een ononderbroken ‘ketting’ die bewaakt werd door de nabije bunkers. Waar de ijzeren muur een weg kruiste, werden losse elementen klaargezet om de doorgangen te dichten.
Diverse Belgische staalfabrieken fabriceerden ongeveer 77.000 stuks. Deze aanbesteding zorgde voor een serieus gat in de staatskas, en dan kwamen er de bouw van bunkers en de versterkingen van bestaande forten nog bij.

Tussen Koningshooikt en Wavre werden meer dan 350 bunkers gebouwd waarvan het grootste deel nog altijd bestaat. De anti-tankmuur werd officieel “de Cointet versperring” genoemd, naar een Franse generaal, de bedenker van deze hindernis. Later werden deze elementen op bevel van de bezetter ontmanteld en moesten ze dienstdoen in Hitlers Atlantik Wal om de geallieerde invasie te verhinderen. Bekend als ‘Element C’ en door de geallieerden als ‘Belgian gates’, werden ze opgesteld op o.a. de stranden van Normandië.  
In de volksmond werd de anti- tankhindernis al gauw ‘de ijzeren muur’ genaamd naar zijn uiterlijk.

Cointet anti-tankversperring. (foto Bundesarchiv)

In Peulis werd het café van Medard Van Espen destijds ‘Café in de stalen muur’ genoemd. De ‘stalen muur’ kruiste de Mechelbaan en Oude Putsebaan op slechts enkele tientallen meters voorbij het café.

Op vrijdag 10 mei 1940 was het zover en ging ‘Fall Gelb’ van start: Duitsland valt tegelijkertijd België, Luxemburg en Nederland binnen.
Via de radio kwamen de eerste berichten: “Zou het waar zijn dat ons leger heldhaftig standhoudt?” “Klopt het dat de Fransen en Engelsen ons al te hulp komen?”
Het ging helemaal niet zo goed. De nieuwe bewegingsoorlog, ‘de blitzkrieg’, maakte dat Luxemburg stad al op de eerste dag s ’middags bezet werd. Nederland verging het al niet beter, ze legden al na 5 dagen de wapens neer. Tijd terwijl werd het sterkste fort ter wereld, fort Eben Emael, doof en blind gemaakt en trokken de Hunnen ons land binnen.


Kaart opgesteld door Julien Cannaerts (Heist op den Berg)
In de vroege nacht van Pinksterzondag 12 mei 1940 kwam voornamelijk het Belgische 14de linieregiment de verdedigingslijn ter hoogte van Peulis bezetten. Op hun linkerflank het 29ste en op hun rechterflank het 20ste. Machinegeweren in de bunkers worden afgesteld en de superieure, maar te weinig in aantal zijnde, 47 mm anti-tankkanonnen bewaakten de wegen die de K.W.-linie kruisten. Loopgrachten en schuttersputten werden gegraven en extra prikkeldraad aangebracht.
In de toren van de Sint-Jozefskerk speurden observatoren met hun verrekijkers de omgeving af. Telefoonlijnen liepen overal door het dorp en de velden.
Ook de doorgangen werden dichtgemaakt met klaarstaande Cointet-elementen en vastgeklonken aan de elementen die reeds door de velden liepen. Deze doorgangen gingen maar op bepaalde plaatsen en bepaalde uren open.
Onder streng toezicht controleerden de soldaten verdacht uitziende vluchtelingen en passanten. Er heerste al snel ‘parachutitis’ en ‘spionitis’, de angst voor Duitse parachutisten en spionnen. Een voorbeeld hiervan zijn de spontaan uitgebroken nachtelijke schietpartijen op bomen die voor neergekomen parachutisten werden aanzien. Op bevel van de legerleiding moeten duizenden reclameborden van Pacha Cichorei verwijderd worden. Ze zouden richtlijnen voor Duitse spionnen bevatten. Na de oorlog kwam hierover een rechtzetting die meende dat het ging om richtlijnen voor de plaatsers van deze reclameborden…




Geëmailleerd reclamebord uit 1939 – Collectie Liekens

Priesters en paters, die zich eveneens onder de vluchtelingen bevonden, moesten een ‘trekproef’ ondergaan om na te gaan of ze geen Duitse spionnen waren die zich vermomd hadden met valse opgeplakte baarden! Dit zorgde voor koortsachtige toestanden en steeds langer wordende rijen vluchtelingen. Aan de ingang van de Sint-Jozefskerk hing pastoor Wendelen op Pinksterzondag een veelzeggend bericht: ‘VANDAAG GEEN MIS, GE GAAT BEST VLUCHTEN’.
Kort daarna werd er een 17-jarige Kempische knaap doodgeschoten door Belgische soldaten terwijl hij over de ijzeren muur klauterde om de oprukkende Duitsers voor te blijven. Hij zal een voorlopig graf krijgen op de begraafplaats van Peulis.

Op de Zoetewei in Putte stonden destijds wel wat minder huizen dan vandaag. Iedereen kende toen ook iedereen en de kinderen speelden met elkaar of trokken samen naar school, het was net als in het gedicht van Alice Nahon.
Bernard ‘Nare’ Liekens en zijn vriend Eduard ‘Ware’ Sleeckx woonden beide op de Zoetewei.
Hun woonsten bevonden zich schuin over elkaar enkele honderden meters van de stenen molen.
Ze waren niet alleen buren en kameraad maar ook van hetzelfde geboortejaar. Ware was geboren in januari 1922 en Nare in oktober 1922.
De oudere broer van Ware, Rene Sleeckx (geb. 1919), was voor de Duitse inval reeds onder de wapens geroepen. In het gezin Sleeckx was ook nog een jongere zus, Sidonia (Sit).
Nare was thuis de oudste van het gezin, er waren ook nog Neel, Amelie, Fons en de pas in april 1940 geboren Wieze.


Gezinsfoto familie Sleeckx, links René, rechts Ware. (foto Jozef Sleeckx)
terug   |   home
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu